Welkom!

Welkom op de website van Henk Krol, hoofdredacteur van Gay Krant. Aan de linker onderzijde vindt u de links naar het CV en de foto's van Henk Krol en een directe link naar de website van de Gay Krant.



Weblog

Zondag 1 januari 2012


Op de eerste verdieping van het kantoor van de Gay Krant is de Stichting Vrienden van de Gay Krant (SVGK) gevestigd. Die ruimtes staan meestal leeg; er wordt gewerkt met vrijwilligers en zij hebben begrijpelijkerwijs niet aldoor tijd.


Maar op dit moment is het er druk. Vrijwel elke dag zit er iemand te bellen. De map met ruim tweehonderd meldingen aan het homopestpunt dat door de SVGK werd ingesteld wordt langzaamaan leger. Eén voor één worden de klachten geïnventariseerd. Heel af en toe blijkt het eerder te gaan om een burenruzie dan om homofoob gedrag. Tegen een nare bewoner in de wijk met een bril op wordt nu eenmaal wel eens ‘schele’ geroepen. Zo wordt tegen alleenwonende nare mannen ook wel eens ‘homo’ geroepen. Niet netjes, maar ook weer geen toppunt van discriminatie.

Toch zitten er in die map veel klachten die uitermate ernstig zijn. Wanneer de vrijwilligers van de SVGK met de betrokkenen bellen, zijn het gesprekken die soms langer dan een uur duren. De klagers zijn blij eindelijk een luisterend oor aan te treffen. Als het maar even kan, wordt gekeken of het zinvol zou zijn wanneer óf de Nationale Ombudsman óf het Openbaar Ministerie (zie ook HoofdPersoonlijk op pagina 10) met de klacht aan de slag kan gaan om in de toekomst herhaling te voorkomen.

Fijn dat door dit initiatief veel politici en hulpinstanties wakker zijn geschud. PvdA’er Ahmed Marcouch stelde er zelfs Kamervragen over. Dat was indirect ook de bedoeling van het meldpunt. De redactie van de Gay Krant deed destijds de oproep om in kaart te kunnen brengen of er werkelijk sprake was van structureel pesten van homo’s. Daar wilden we een verhaal over schrijven, dat instanties wakker zou moeten schudden. We hoopten op vier tot vijf duidelijke voorbeelden. Het werden er aanzienlijk meer; een aanmerkelijk veel hoger aantal dan we hadden verwacht. Daarmee groeide het initiatief boven het hoofd van de redactie. Gelukkig werd het meldpunt geadopteerd door de SVGK. Maar ook voor die stichting is dat niet eenvoudig; ze draait op donaties van lezers. Deze giften zijn onvoldoende om structureel met het meldpunt aan de slag te gaan. Door een eenmalige bijdrage van Jan Kuipers, de eigenaar van de Amsterdamse Thermos Sauna, kon een werkstudent enkele uren aan de slag om orde op zaken te stellen. Nu moeten we verder. De SVGK heeft daarom steun gevraagd aan de overheid. Dat zorgde voor hoongelach bij het commerciële internetbedrijf Gay Group in Amsterdam. Bram Heerink, eigenaar en oprichter van Gay.nl, liet aan het dagblad Spits weten: “Bij Krol is het altijd de vraag als hij een oproep doet, bijvoorbeeld het homopestmeldpunt, of hij het doet voor het geld of voor het goede doel. Want een aantal weken later zie je weer dat hij er subsidie voor probeert binnen te harken.”

Bram Heerink reageert duidelijk anders dan Jan Kuipers. Kuipers laat zien dat hij iets terug wil doen voor de gemeenschap waaraan hij geld heeft verdiend. Dat zou de Gay Group ook kunnen doen.

En dat is nodig, want tot nu toe – mede door het afgelopen kerstreces – bleef de hulp vanuit Den Haag achterwege. Toch gaan we gewoon door. Omdat het zin heeft. Én omdat we weten dat u ons blijft steunen. Dat is nóg beter dan een overheidssubsidie. Die maakt je immers min of meer afhankelijk. Steeds meer mensen voelen zich niet langer abonnee van de Gay Krant, maar steunpilaar van al het werk dat door onze mensen wordt verricht, op het kantoor en bij de Stichting Vrienden van de Gay Krant. Ze zetten hun gewone abonnement om naar een doorlopende donatie. Zo versterken we elkaar. Misschien ook voor jou een mooi voornemen in dit nieuwe jaar. De eerste stap zet je door hier te klikken. Je kunt je abonnement ook omzetten naar een doorlopende donatie.

Ik wens iedereen een vrolijk 2012!

Vrijdag 2 december 2011

Mijn publieke strijd voor meer homorechten begon in 1977. Samen met zakenman Walter Kamp en politicus Coos Huijsen was ik betrokken bij de organisatie van de Miami Nightmare, een protest in het Amsterdamse Concertgebouw tegen de Amerikaanse homohaatster Anita Bryant. Voor het eerst beklom een Nederlandse homo-organisatie zo'n prominent podium. Alle in die dagen bekende artiesten waren aanwezig. Mies Bouwman presenteerde de avond.

Het was uniek om er de politiek bij te betrekken. Elke politieke partij kreeg een minuutje spreektijd. Mede daardoor drong het tot sommige homoactivisten door dat het belangrijk was om de strijd vooral in Den Haag te voeren. Dáár moesten wetten worden aangepast, dáár viel winst te behalen.

Kort na de Miami Nightmare kwam ik te werken aan het Binnenhof. Acht jaar lang was ik voorlichter van de VVD. Al snel verbaasde ik me erover dat er in de Tweede Kamer door de diverse homobewegingen zo weinig werd gelobbyd. De meeste andere belangenbewegingen lagen er dagelijks op de stoep. Homoactivisten waren vaak pijnlijk afwezig.

Met enkele woordvoerders van diverse partijen lukte het langzaamaan de strijders voor homorechten meer te interesseren voor de politiek. Het COC begon aan een lobby voor de Algemene Wet Gelijke Behandeling en het toelaten van homo’s tot de dienstplicht. Maar andere kwesties - zoals gelijke relatierechten - werden nog schromelijk verwaarloosd.

Met het aannemen van de Wet Gelijke Behandeling werd een mijlpaal bereikt. Dat smaakte naar meer. Toch werd de strijd voor de openstelling van het burgerlijk huwelijk aanvankelijk niet door het COC opgepikt. Die lobby, die meer dan 16 jaar duurde, werd geleid door de mede daartoe opgerichte Stichting Vrienden van de Gay Krant.

Gaandeweg brak bij alle homoactivisten het begrip door dat je juist in Den Haag moest zijn. Zo werden onze rechten beter gewaarborgd. Even overwoog het COC zelfs het hoofdkantoor te verplaatsen van Amsterdam maar de regeringsstad.

Nadat het belang van de politieke lobby was ontdekt, ging het snel. Wetten werden aangepast met als nieuwe mijlpaal de openstelling van het burgerlijk huwelijk. En recent waren er nog veel meer successen. Dankzij politiek ingrijpen wordt antihomogeweld strenger bestraft. Bij ontwikkelingssamenwerking en de uitbreiding van Europa is homotolerantie een voorwaarde. De rechtspositie van lesbische meemoeders wordt eindelijk gelijkgetrokken met die van heteroparen. Nadat een motie daartoe drie keer was aangenomen, en vervolgens door de invloed van het CDA toch terzijde werd geschoven, komt er nu eindelijk verplichte voorlichting op scholen. Het COC streed hiervoor op volle kracht. De weigerambtenaar kan zich niet langer verschuilen achter politieke steun en er is volop aandacht voor geweld en de soms benarde situatie van jongeren en ouderen.

Kortom: politiek/juridisch is er heel wat bereikt.

Dat zou vervolmaakt kunnen worden door het begrip seksuele voorkeur expliciet op te nemen in Artikel 1 van de Grondwet en nu eindelijk ook de positie van transgenders te verbeteren.

Wat er vervolgens zou moeten worden bewerkstelligd, is dat al die resultaten gaan beklijven in de brede samenleving. Natuurlijk moet de homobeweging actief blijven in Den Haag, maar het is tijd om de behaalde winst in de hele maatschappij te verzilveren.

Dat begint nu op gang te komen. COC Nijmegen startte de 'Roze Loper', een geweldig project om zorginstellingen homovriendelijker te maken, de John Blankenstein Foundation trekt ten strijde tegen de homofobie rond sportvelden, buurthuizen proberen homohaat en gepest in de wijk de kop in te drukken en zo zijn er vele initiatieven die door lokale homo-organisaties vaak goed worden opgepakt. Die ontwikkeling moet meer aandacht gaan krijgen. Daar valt nog heel wat te doen. Dat is iets heel heel anders dan wat door COC-voorzitter Vera Bergkamp werd samengevat als 'De homobeweging kan met pensioen'.

Wij zouden, zoveel mogelijk samen met heteropartners, zouden onze aandachtspunten moeten verschuiven. Dát zou goed zijn om zo de behaalde winst van de afgelopen jaren te laten doordringen in de haarvaten van onze samenleving.

Dinsdag 1 november 2011

Laat ik maar met de trein gaan, dacht ik maandag. Lekker ontspannen. Om mijn gemak naar Amsterdam voor de première van Vroeger of Later, het programma rondom de liedjes van Robert Long met in de hoofdrollen een verbluffende Jenny Arean en een indrukwekkende Tony Neef. Wat is de trein toch heerlijk. Onderweg kun je internetten, doorwerken, lezen of desgewenst wat tot rust komen.

Onderweg hoorde ik dat de tv-rubriek Powed een commentaartje van me wilde. Ze waren zo vriendelijk Jojanneke en een camerateam naar het Centraal Station te sturen. Voor het Victoria Hotel werd mijn mening over de Haagse weigerambtenaar vastgelegd. Daarna wandelde ik via de Dam en de Leidschestraat naar het De La Mar-Theater. Wat lekker, wat heerlijk ontspannend.

Het bleek een geweldige voorstelling. Af en toe kreeg ik tranen in de ogen bij de rake teksten die me op dit moment wat meer aangrijpen dan normaal.

Na afloop met de tram naar het Centraal Station. Gelukkig was ik redelijk op tijd. Kwart over elf. De trein naar Eindhoven was net vertrokken, maar de trein naar Nijmegen ging een paar minuten later. Ik ben gewend dat je dan in Utrecht kunt overstappen. Keurig op tijd, om 23.23 uur, reden we weg. Een vriendelijke conducteur liet me schrikken. “Moet u nog naar Eindhoven? Dat lukt niet meer hoor. Dan had u de trein van 23.08 moeten hebben. Nu komt u niet verder dan Utrecht.”

Dit is toch geen derde wereldland? Kan ik op kwart over elf vanuit de hoofdstad niet meer naar Brabant?

Nee dat kan door de week niet.

Heel veer voorstellingen, met name die van de Nederlandse Opera, zijn alleen in de Randstad te zien. Die worden fors gesubsidieerd met belastinggeld van alle Nederlanders. Maar als je buiten de Randstad woont kun je er alleen heen met eigen vervoer en met belachelijk hoge parkeerkosten. Of je moet een hotel nemen. Dat kan toch niet waar zijn? Is dit hoe men het Openbaar Ververvoer bevordert?

De conducteur maakte me klaar wakker. Het is een feit. Het is inderdaad niet anders.

De treinen zijn ’s avonds op de heenweg naar Amsterdam al leeg omdat mensen weten dat ze later niet meer terug kunnen. Als er tot een uur wel treinen zouden rijden, zouden eerder op de avond ook veel meer mensen gebruik kunnen maken van de treinen naar de Randstad.

Ik was verbijsterd.

Om 23.52 uur strandde ik op Utrecht Centraal. De eerstvolgende trein naar Den Bosch, Eindhoven en Maastricht stond pas om 5.41 uur op de borden. Dan maar een taxi? Een enkeltje Utrecht-Eindhoven moet u inschatten op zo’n 225 euro, rekende een chauffeur me voor. Daar wilde ik even een borrel op drinken. In de kroeg werd al snel alternatief vervoer voor me geregeld. Zo kon ik voor tachtig euro, toch ook niet niks, uiteindelijk naar Eindhoven. Om drie uur lag ik in bed.

Volgens mij moeten we aan deze achterstelling iets aan veranderen. Tot half een moet je toch gewoon met het Openbaar Vervoer thuis kunnen komen? Als dat niet kan dan wordt de Randstad, cultureel gezien, toch enorm bevoordeeld boven de rest van land. Wie heeft een goed idee?

 

Vrijdag 7 oktober 2011

Vandaag verscheen de Begroting 2012 van de Provincie Noord-Brabant. De inleiding van het stuk schiet bij mij meteen in het verkeerde keelgat. Het college van gedeputeerden stopt vooral veel veren in eigen reet. In ronkende taal wordt in slechts een paar regels maar liefst twee keer gemeld dat ze zo trots zijn. Trots waarop?
De bestuurders laten weten dat ze 'een nieuwe manier van denken hebben, een cultuuromslag'. Dat is stevige kritiek op de voorgangers. Mogen we dan weten wat die verkeerd deden?

'Inkomsten zullen fors krimpen.' Is dat iets om trots op te zijn? Je kunt als Brabant inderdaad fier zijn op het feit dat deze provincie onevenredig veel bijdraagt aan het nationale inkomen (iets wat juist niet in die inleiding staat), maar toch niet als je weet dat we desondanks minder van het Rijk ontvangen dan andere regio's. Dan hebben we onze zaakjes in Den Haag toch niet goed verdedigd? Zouden de gedeputeerden daar ook trots op zijn?

Voorlopig zal de burger in deze provincie vooral met zorg kijken naar de enorme bedragen die Noord-Brabant stopt in de bodemsanering van Moerdijk. Geld van de burger, die veel liever beter en meer openbaar vervoer had gezien, minder sluitingen van bibliotheken, aandacht voor natuur *), wat extra steun voor het verenigingsleven en de cultuur.

Nu moet er ruim 70 miljoen, waarvan 38,2 van de provincie naar de bodemsanering op de grens met Zuid-Holland. En dat terwijl die buurprovincie geen cent meebetaalt. Ook het Rijk houdt de hand op de knip. Vreemd, want die zijn toch primair verantwoordelijk? Toen Chemie-Pack nog volop draaide, werden miljoenen euro's belastinggeld afgedragen aan het Rijk, niet aan de provincie. En nu het fout ging, is het rijk niet thuis? Ja, ze helpen Brabant, zo zeggen ze. En de gedeputeerden trappen er met open ogen in. Het Rijk betaalt de advocaat van de provincie. En dat terwijl er tegenstrijdige belangen zijn. Onvoorstelbaar! Je hebt een meningsverschil en je laat je tegenstander jouw advocaat betalen. Dat zouden mensen die gaan scheiden moeten doen...

En wat is er verder te melden vanuit het Provinciehuis? Er gaan kapitalen naar een werkgroepje dat streeft naar de titel Brabant Culturele Hoofdstad van Europa, terwijl ondertussen vele Brabantse culturele instellingen op apegapen liggen vanwege de bezuinigingen...

En we gaan het immense en luxueuze Provinciehuis weer eens verbouwen. De laatste keer dat dit gebeurde, klopte de begroting van geen kant en werd het vele miljoenen duurder. Dit keer is er 31 miljoen voor uitgetrokken. En waarom? Om trots te kunnen zijn? Okay, een sprinkler-installatie is nodig voor de veiligheid, maar alle andere plannen?

Zelfs de naam gaat veranderen. Daar is zelfs geld aan besteed. Het Provinciehuis wordt 'Huis vóór Brabant'. Lekker betuttelend. Wij bestuurders hebben iets voor de burgers. 'Huis ván Brabant' zou dan beter hebben  geklonken. Of 'Brabanthuis', maar wat is er eigenlijk mis met 'Provinciehuis'?

Allemaal zaken die ik de kiezer niet kan uitleggen.

*) Op pagina 21 van de Begroting op Hoofdlijnen gespeld als 'natur'.

P.S. En in de richting van de NS die op treinen zonder wc de plaszak gaat introduceren. We kunnen dus vanaf nu niet alleen zeiken óp, maar ook bíj de NS. Iedereen die daar pisnijdig over is, zou tijdens elke rit zo’n plaszak aan de conducteur moeten vragen. Liefst ook weer vol teruggeven. Mijn conclusie? De NS spoort niet.


Maandag 29 augustus 2011

 

Misschien heeft de Amerikaanse joodse rabbijn Yehuda Levin wel gelijk. Hij verkondigde vorige week dat de recente aardbevingen een waarschuwing van zijn god waren. De almachtige zou daarmee willen protesteren dat in Amerika steeds meer politici het Nederlandse voorbeeld willen volgen door het huwelijk ook open te stellen voor lesbische- en homoparen.

Wat een wrede god is dat opperwezen van Yehuda. Die van mij houdt ook wel van een signaal uit de hemel, maar hij heeft meer gevoel voor humor en is een stuk milder. Mijn god stuurde de orkaan Irene op Amerika af. Als protest tegen alle homofoben die maar niet willen begrijpen dat liefde het belangrijkste en allesomvattende hemelse gebod is. Hij liet de burgers zien hoe makkelijk zo’n storm kan zorgen voor enorme paniek. Uiteindelijk zorgde die schrik voor meer slachtoffers dan het natuurverschijnsel zelf.

Zo is het ook met angst voor homo’s. Die zorgt voor aanzienlijk meer schade dan de liefde tussen twee mensen zelf. Liefde die, laten we eerlijk zijn, ook niet altijd even gladjes verloopt. Zelfs wat dat betreft verschillen homo’s niet wezenlijk van hetero’s.

GK_QR.jpg

25 augustus 2011

Een speciaal hartelijk welkom aan de bezoekers aan mijn site die hier via de QR code in de nieuwe Gay Krant zijn gekomen!
We zullen vanaf nu in de Gay Krant meer gaan werken met QR, de blokjescode die met een smartphone gelezen kan worden en de lezers rechtstreeks naar een nuttige website, een leuk filmpje of interessante tekst brengt. We zijn er deze editie heel voorzichtig mee begonnen, en zullen het QR-gebruik langzaam gaan uitbreiden.

22 augustus

Nog even terugkomen op de Canal Parade. Omdat ik op de avond van de Canal Parade snel van de Prinsengracht naar de Amstel moest, hield ik een taxi aan. Wat een mooie dag was het! Het enkele korte hoosbuitje had de feestvreugde niet kunnen verstoren. De deelnemers aan de botentocht waren diverser dan ooit, de beelden in de media steeds genuanceerder.

De taxibestuurder was een vriendelijke man van rond de 35. Hij was kennelijk allochtoon en had desondanks een grappig Amsterdams accent. Ik zag hoe hij me nadrukkelijk bekeek. Na ongeveer een minuut zei hij: “Mag ik u iets vragen?”

“Natuurlijk.”

“Bent u van die krant?”

“Van de Gay Krant bedoelt u?”

Hij knikte.

“Inderdaad. Vandaag is een dag waarop ik natuurlijk niet thuis kan blijven. Waar komt u oorspronkelijk vandaan?”

“Uit Afghanistan… Mag ik u nog wat vragen?”

“Zeker wel.”

“Samen met mijn vrouw ben ik acht jaar geleden naar Nederland gevlucht. We wonen hier en mijn kinderen gaan in Amsterdam naar school. Ik geef ze een moderne opvoeding. Dat kan hier; in Afghanistan was dat niet mogelijk. Ik leer ze ook dat er verschillende mensen zijn. Het is goed als ze zien dat homo’s dezelfde rechten hebben als hetero’s. Later kan blijken dat mijn kids ook dergelijke gevoelens hebben. Ik ben wel moslim, maar ik geloof niet dat een godsdienst liefde zou moeten verbieden, welke liefde dan ook.”

Ik knikte instemmend.

“Maar, aan u kan ik dat vragen: wat moet ik tegen mijn kinderen zeggen als ze heel extreme figuren zien op televisie? Ze vroegen me gisteren al: ‘Pap, wat is dat?’”

“En wat bedoelt u dan met extreem?”

We reden net voorbij de ingang van de Reguliersdwarsstraat, op de hoek van het Koningsplein en de Singel. Hij gebaarde in de richting van een Gay Pride-bezoeker die daar met enkele vrienden liep voor de winkel van Australian. Een uitgezakte man van middelbare leeftijd, stevige buik en bijna naakt. Hij had alleen een stringetje om zijn ballen dat met een dunne stoffen strook om zijn nek op zijn plaats werd gehouden. Zijn pokdalige, door zwaartekracht afhangende billen zwabberden weinig erotisch heen en weer.

“Hoe leg ik dát mijn kinderen uit?”

Ik had even geen antwoord. Misschien zouden homo’s iets meer gevoel moeten ontwikkelen voor zelfreiniging. Pride is prachtig, maar waarom zouden we tegen mensen die over de schreef gaan niet kunnen zeggen: “Hier wordt de zaak niet mee gediend!”

Op de voorpagina van de nieuwe Gay Krant het bericht over de opmerking van minister Van Bijsterveldt die vindt dat de subsidiegelden – ondanks alle bezuinigingen hoger dan ooit tevoren – niet gebruikt zouden moeten worden voor acties tegen haar beleid.

Die opmerking baart me zorgen. De Nederlandse homo-emancipatie is te zeer afhankelijk van dezelfde overheid die we soms moeten corrigeren. Wat zou het toch heerlijk zijn wanneer we zélf onze broek – desnoods dan maar een stringetje – zouden kunnen ophouden. Dat lukt alleen als veel mensen lid zijn van het COC, een abonnement nemen op de Gay Krant en wanneer commerciële homobedrijven een deel van hun winst zouden afstaan aan een centraal Rainbow Fund, dat de geldelijke middelen zou kunnen gebruiken om de nog broodnodige acties op poten te zetten. Maar dat krijg je bijna niet van de grond omdat – zoals Dan Choi het zegt op pagina 6 en 7 – homo’s vaak veel te gemakzuchtig zijn. Ze komen niet uit hun comfort zone. Hun status is belangrijker dan de strijd voor gelijke rechten. Laten we over dat alles nog maar eens goed nadenken.


28 juli 2001

De afschuw over de daden van Anders Behring Breivik is algemeen. Terecht, de Noor schokte de wereld met zijn aanslagen op het parlementsgebouw in Oslo en het beestachtig vermoorden van bezoekers aan het jongerenkamp van de socialistische partij op het eilandje Utoya.

Wat me verontrustte was de opmerkelijke berichtgeving in een landelijke ochtendkrant. Die speculeerde al meteen de maandag na de gruweldaad over de mogelijke homoseksualiteit van Breivik, alsof de geaardheid van een dergelijke gek in dit geval van belang zou zijn.
Als de redactie van het ochtendblad de moeite had genomen iets dieper te spitten in het internetmanifest van Breivik dan had men een heel andere conclusie kunnen trekken. Uit die digitale pamfletten blijkt dat de man inderdaad geobsedeerd was door homoseksualiteit, maar duidelijk aangeeft dat hij het zelf niet is.
Ja, de 32-jarige man woonde af en toe in bij zijn moeder. Met zijn vader, die inmiddels in Frankrijk woont, had hij al jarenlang geen contact meer. Op zijn website schrijft Breivik veelvuldig over homoseksualiteit. Zo verklaart hij meermaals dat zijn organisatie, die hij De Tempeliers noemde, uiterst homovriendelijk zou zijn.

Breivik laat op zijn website weten: “Salonmarxisten willen ons brandmerken als racisten, fascisten en homohaters. Daarmee kunnen ze ons makkelijk afdoen als onderkruipsels. De waarheid is echter dat ik veel homoseksuele vrienden heb en dat ik geen vooroordelen jegens hen koester. Het maakt mij niet uit wat er achter gesloten voordeuren gebeurt.”
Breivik, naar eigen zeggen een regelmatig bezoeker van dure vrouwelijke prostituees, heeft wel een hekel aan ‘de hysterie in de media, de afgelopen twintig jaar, over alles wat gay is’. Hij schrijft: “Inmiddels worden homo’s vaak voorgetrokken en daarmee worden hetero’s dus indirect gediscrimineerd, zowel door de politiek als door de media. Deze verheerlijking van bepaalde bevoorrechte groepen is te ver doorgeslagen.”
Elders schrijft hij juist dat iedereen een voorbeeld zou moeten nemen aan homo-organisaties die uiterst effectief alle middelen hebben aangewend om hun strijd te beslechten.

Hij heeft ook een tip hoe je je als terrorist zo onopvallend mogelijk kunt verplaatsen: “Doe dat in een Hyundai. Ja, dat is weliswaar een nichtenautootje, maar het is wel effectief als je geen verkeerde signalen wilt afgeven aan je omgeving.”
Een van de andere tips aan zijn volgelingen: “Gebruik tijdens fotoshoots altijd make-up. Ja, voor mannen klinkt dat nichterig, maar zorg dat je er aantrekkelijk uitziet, dat helpt bij de verspreiding van onze boodschap.” En: “Zorg dat men je voor een homo aanziet, dan vinden ze je minder snel verdacht.”

Aan zijn ‘medestrijders’ adviseert Breivik: “Zeg dat je denkt dat je homo bent. Dat je bezig bent je nieuwe ik te ontdekken. En dat je er verder niets over kwijt wilt. Zeg dat je je er een beetje voor schaamt en dat je er daarom verder niets over wilt vertellen. Anderen zullen dan klakkeloos aannemen dat je homo bent. Dat is een goede strategie omdat het voor bijna iedereen een reden is om zich niet langer te verdiepen in je privéleven.”
Geen wonder dus dat er mensen zijn die hem inschatten als homoseksueel, al is dat volstrekt niet van belang. Berichtgeving zoals in het bewuste ochtendblad is daarom onnodig stigmatiserend, alsof de seksuele geaardheid bij zijn gestoorde gedrag een rol zou hebben gespeeld.

Breivik noemde zich een moderne Tempelier. In dat verband is het leerzaam nog eens in de geschiedenis van de oorspronkelijke Orde van de Tempeliers te duiken. Die ontstond rond 1115 en had tot doel een ‘heilige oorlog’ tegen de moslims te ontketenen. Tempeliers beschermden de kruisvaarders en werden de eerste Europese bankiers. Toen ze te machtig werden, liet de Franse koning Filips de Schone de Tempeliers vanaf 1307 vervolgen. De laatste grootmeester van de Tempeliers werd op 18 maart 1314 op de brandstapel ter dood gebracht. Zelfs toen was de voornaamste beschuldiging dat hij homoseksueel zou zijn. Zo’n beschuldiging was in die tijd hoogst ongebruikelijk, maar kostte hem wel de kop; zijn werkelijke oorlogsmisdaden waren ondergeschikt.

Laten we er in het geval van Anders Behring Breivik voor zorgen dat bijzaken die er niet toe doen worden gescheiden van de kwesties die werkelijk onze aandacht verdienen. 

Woensdag 13 juli 2011

Het wordt tijd voor homogeweld

De laatste tijd lezen we steeds meer over geweld tegen homo’s. Ook wel anti-homogeweld. In kranten lees je dan meestal ‘homogeweld’, maar dat is verkeerd taalgebruik.

Of er werkelijk meer anti-homogeweld is, weten we niet. Het kan ook zijn dat homo’s mondiger zijn geworden en niet langer met zich laten sollen. Misschien doen ze wel vaker aangifte?

Als je dat in Utrecht doet, is de kans groot dat er nauwelijks iets mee wordt gedaan, zo blijkt.

Even het geheugen opfrissen: Hans van Gemmert en Ton Daalhuizen woonden in de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn. Ze hebben voortdurend last van een groepje jongens van Marokkaanse afkomst. ‘Last’ is een te onderschattend woord. Hans en Ton worden uitgescholden, bedreigd, de banden van hun auto worden lekgestoken, er wordt vuurwerk op hun huis afgeschoten en ze zijn zelfs het slachtoffer van een moedwillige aanrijding.

Praten helpt niet, de terroriserende jongens zijn niet voor rede vatbaar. En dus doen Hans en Ton aangifte. Niet één keer, nee vijf keer!

Nu ken ik Hans en Ton inmiddels persoonlijk. We zaten samen in de TROS-radionieuwsshow. Het zijn geen relnichten. En al waren ze dat, dan nog moet iedereen zijn poten thuis houden.

Bij die ontmoeting vertelden Hans en Ton me dat ze zich vooral ergerden aan de Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen. Die zou geen flikker hebben gedaan om ze te helpen.  Ook Wolfsen, oud-rechter, ken ik persoonlijk. Een aimabele man. Ik kon me aanvankelijk dan ook niet indenken dat hij in gebreke zou zijn gebleven.

Maar nu weet ik dat Hans en Ton terecht een negatief oordeel hebben over hun burgervader. Ook Hans Spekman, voormalig wethouder in Utrecht en nu PvdA-Kamerlid, laat weten dat zijn partijgenoot in deze kwestie 'labbekakkerig' heeft opgetreden.

Hans en Ton zijn ondertussen verhuisd. De gemeente Utrecht weigert mee te betalen aan hun financiële verlies. En bij de daders valt niets te halen want de politie heeft niemand ingerekend. Gek, want je kunt ze zo traceren. Als burgemeester Wolfsen dat had verordonneerd, hadden de ettertjes al lang opgepakt kunnen worden.

Hans en Ton zijn het zat. Ze hebben het Hof gevraagd om het Openbaar Ministerie alsnog opdracht te geven achter de daders aan te gaan. En wat blijkt: dat lukt niet omdat de politie en de gemeente hebben zitten slapen!

Na de aanrijding is de politie niet eens komen kijken. Bij een andere aangifte wachten de agenten 'ruim een half jaar' voor ze de telefoon pakken en een van de vermoedelijke daders bellen. Als die niets wil zeggen en weigert om naar het bureau wil komen, laat de politie het erbij.

Dat is niet eens labbekakkerig, dat is crimineel. Zelfs als burger word je bestraft als je niet meewerkt aan het oplossen van misdaden...

De raad van Utrecht wil nu eindelijk opheldering, maar burgemeester Wolfsen heeft nu geen tijd. Hij moet op vakantie. Pas op 30 augustus heeft hij tijd voor deze kwestie.

Misschien wordt het dan toch tijd dat homo’s zelf eens geweld gaan gebruiken. Dan leren de kranten ook eens wat het woord ‘homogeweld’ werkelijk betekent.


Maandag 20 juni 2011

Twee weken geleden schreef ik een brief aan Marja van Bijsterveldt. Deze minister doet veel goeds, maar er zijn drie kwesties die zó indruisen tegen mijn gevoel van rechtvaardigheid dat ik vond dat ik het niet kon maken vrolijk naast haar op de regeringsboot door de Amsterdamse grachten te varen tijdens de komende grachtenparade. Marja van Bijsterveldt wil niet dat de wettelijke positie van homoseksuele leraren en scholieren wordt verbeterd, ze is tegen verplichte voorlichting en ze blijft weigerambtenaren de hand boven het hoofd houden.

Nadat toenmalig burgemeester Kenneth Livingstone van Londen scholen verplichtte goede voorlichting te geven over homoseksualiteit, nam het geweld tegen homo’s daar zienderogen af.

Omdat ik weet dat andere organisaties wel eens problemen hebben met initiatieven die uit ‘Best’ komen, besloot ik in mijn brief alleen de kwestie van de weigerambtenaren te noemen. Die zaak is immers zo verbonden aan de Stichting Vrienden van de Gay Krant (SVGK) dat anderen dan nog voldoende redenen zouden hebben om mijn voorbeeld te volgen. Daarom schreef ik:

Geachte mevrouw Van Bijsterveldt, beste Marja,

U weet dat ik grote bewondering heb voor uw persoonlijke inzet als het gaat om de homo-emancipatie. U zet het werk van uw voorganger Ronald Plasterk op een waardige wijze voort. Het lukte u zelfs om meer geld te reserveren voor dit onderwerp. En dat terwijl vrijwel overal op moet worden bezuinigd. Hulde daarvoor.

Ook uw daadkracht in het wegwerken van de adoptieachterstelling in het geval van lesbische paren verdient niets dan lof.

Toch heb ik, niettegenstaande mijn respect, besloten geen gebruik te maken van uw uitnodiging om tijdens de komende Canal Parade mee te varen op uw ministeriële boot. Het feit dat u, ondanks een ruime Kamermeerderheid die anders van u eist, toch wilt vasthouden aan het fenomeen van de weigerambtenaar, laat mij geen enkele keus.

Een overheid kan het niet maken om enerzijds miljoenen uit te geven aan voorlichting om homodiscriminatie uit te roeien en anderzijds overheidsdienaren in staat te stellen onderscheid te blijven maken tussen homo en hetero. De negatieve voorbeeldwerking die hier van uit gaat krijgt geen steun van de bevolking en wordt verfoeid door een grote Kamermeerderheid.

U weet dat ik op veel andere fronten groot fan van u ben, maar deze halsstarrigheid is reden voor mijn beslissing om toch niet met u mee te varen. Ik zal aan de kant op een klein bootje de regeringsboot bewonderen en u met een gepast applaus voor uw inzet op diverse dossiers begroeten.

Die brief heeft heel wat losgemaakt. Diverse andere organisaties sloten zich aan bij mijn initiatief en lieten de minister weten eveneens geen prijs te stellen op haar uitnodiging voor een ‘feestje’, wel voor een goed gesprek op het ministerie over de pijnpunten die nu eindelijk moeten worden opgelost. Het COC geloofde aanvankelijk nog steeds in een goed gesprek aan boord van de boot, maar veel afdelingen zijn juist gaan twijfelen. Het landelijk COC-bestuur is het inhoudelijk immers geheel eens met het protest van de mensen die de uitnodiging van de minister nu even afslaan.

Op Facebook is ondertussen een ‘cause’ actief onder de naam Against participation of Minister Van Bijsterveldt to the Amsterdam Canal Pride. Daar hebben honderden mensen en organisaties, waaronder COC-afdelingen, zich verenigd. Op die plek is ook te lezen dat velen een bijzonder welkom aan de minister in gedachten hebben. Er wordt opgeroepen tot een fluitconcert vanaf de kade, boegeroep, het demonstratief toekeren van de rug en zelfs is er een oproep te vinden tot het werpen van waterbommen vanaf de bruggen.

Dat laatste gaat me veel te ver. Samen met het COC zou ik de minister daarom willen vragen om vooraf in discussie te gaan met de genodigden die het moeilijk hebben met het feit dat de minister ingaat tegen de wens van een Kamermeerderheid en zelfs van prominente partijgenoten van de minister zoals CDA-wethouder Klein van Den Haag. Als we tijdens zo’n gesprek elkaar kunnen vinden, ben ik de eerste die de uitnodiging alsnog zal accepteren. Sterker zelfs, dan ik neem namens de SVGK enkele flessen champagne mee.

Dinsdag 17 mei 2011

Vandaag is de internationale dag tegen homofobie.

Novum Nieuws maakte daar een journaal-item over:

http://videos.nieuws.nl/binnenland/1/418339

Woensdag 4 mei 2011

Tijdens de Dodenherdenking mocht ik een toespraak houden op het Homomonument bij de voet van de Westerkerk in Amsterdam over Zichtbaarheid en Roze Burgerschap

“Complimenten aan de mensen die dit thema hebben bedacht. Vaak krijg ik vragen van mensen die zeggen, wat ik kan nu nog doen om de emancipatie van homo’s nog verder te bevorderen?

Mijn antwoord is dan steevast: zichtbaar zijn.

Dan bedoel ik niet dat je met roze driehoeken op hoeft te lopenl.

Vergeet niet dat jonge mensen die tot een minderheidsgroep behoren, bijna altijd ouders hebben die tot een zelfde minderheidsgroep behoren, Joods, Marokkaans, een afwijkende huidskleur. Die opvoeders helpen je dan met het weerbaar worden tegen vooroordelen van de maatschappij.

Een homokind heeft bijna nooit homoseksuele ouders. Die moet de weerbaarheid dus van buiten halen. Dan zijn voorbeelden belangrijk. In mijn jeugd bleef dat beperkt tot enkele bekende Nederlanders.

Dat is tegenwoordig vele malen beter. In de media zijn lesbiennes en homoseksuelen zichtbaarder geworden. Maar hoe is dat in de directe omgeving van een opgroeiend kind?

Hier binnen de Grachtengordel heb je dan niet te klagen, maar als je woont in Oisterwijk, in Schin op Geul of in Paterswolde?

Mijn groenteboer in Eindhoven spreekt altijd over zijn vrouw als hij zijn vriend bedoelt; afgelopen vrijdag nog mocht ik ambtenaar van de burgerlijke stand zijn van twee vrouwen die elkaar bijna waren misgelopen. Ze zaten in dezelfde klas en hadden een oogje op elkaar, maar de een sprak steeds over vrienden als ze vriendinnen bedoelde. Daardoor dacht de ander dat ze dan misschien toch hetero zou zijn.

Hoe vaak hebben we dat niet? Dat iemand je aanziet voor hetero en dat je het zo maar laat, geen zin om iets uit te leggen?

Als we nu eens afspreken dat we dát niet meer doen.

Dan worden we ineens veel zichtbaarder en helpen we een komende generatie.

Ook voor gehuwde stellen onder ons: stop nu eens met het spreken over je vriend of over je vriendin, spreek met trots over je vrouw of over je man. De eerste keer komt dat misschien wat onwennig uit je strot, maar het went snel en het wordt zelfs een terugkerend moment van trots. Zeker als je ziet dat sommigen dan twee seconden knipperen met hun ogen en vervolgens laten merken: Oh, ja, dat kan natuurlijk ook.

Daarmee worden we allemaal meer betrokken burgers. We geven iets van onszelf prijs maar als maatschappij krijgen we er juist veel voor terug.

En ik heb vandaag nog een wens: laten we nu eens goed inventariseren hoe het staat het met het vermeende anti-homogeweld! Ja er zijn incidenten. Vandaag weer een hier in Amsterdam. Dit keer in de Bijlmer, daar werd een 28-jarige jongeman met een hamer bedreigd en vorige kwam Steven van Helvoort uit Amsterdam-West in het nieuws. Hij koos ervoor zichtbaar te zijn. Hulde. Daardoor krijgt hij nu onder meer steun van het Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch, van het COC en van Marokkaanse buurtvaders. Nu maar eens de pesters de buurt uit en ik hoop dat deze trotse Steven het aankan om gewoon te blijven wonen waar hij woont, te midden van mensen die hem willen helpen. Zou dat 30 jaar geleden ook zijn gebeurd na het potenrammen van toen? Er is dus winst en reden om ons af te vragen of we ons zelf niet te snel de put in praten door alle negatieve berichten!

We zijn mondiger geworden, we laten niet met ons sollen. Maar meer aangiftes wil niet zeggen ook meer geweld. Ik ken meer mensen die bang zijn geworden na alle mediaberichten, maar die – zeker buiten Amsterdam – eigenlijk nooit gekke dingen hebben meegemaakt. Ja er roept wel eens iemand ‘homo’, maar ze roepen ook ‘schele’, ‘blinde’ of ‘dove’. Jongeren roepen meestal ‘homo’ omdat ze knokken tegen hun eigen gevoelens en aan hun vrienden willen laten zien dat ze zelf o-zo ‘normaal’ zouden zijn.

Onderzoek leert dat bijna alle jongeren die aanzetten tot homofoob gedrag, na verloop van tijd uit de kast kruipen en moeten toegeven dat ze zelf homoseksueel zijn.

We herdenken vandaag de mensen die in het verleden stonden voor de goede zaak.

Het is aan ieder van ons om in die lijn een steentje bij te dragen aan het verder verbeteren van onze maatschappij. Dat is een heerlijke uitdaging. Goed om daar vandaag even bij stil te staan."

Zaterdag 2 april 2011

De strijd tussen Amsterdam en Best

Deze zeer bijzondere week zit erop. Druk, maar ik had hem voor geen goud willen missen.

Vrijdag was het hoogtepunt. Al om kwart over zes stond NOS-verslaggever Jeroen Schutijser voor de deur met een reportagewagen.

Daarna bleef de telefoon onophoudelijk rinkelen. Om half negen was er eerste compleet andere verplichting. Een commissievergadering in het Provinciehuis. Daar werd mijn eerdere vrees bewaarheid. Brabant kreeg van het Rijk al het minst per hoofd van de bevolking; nu worden wij ook nog eens het meest gekort. Dat is toch schandalig. Ja, we moeten solidair zijn met andere provincies die hun boekhouding minder goed op orde hebben. Maar zo gooi je de kip met gouden eieren weg. Schaf dan alle provincies maar liever af. Waarom laten we dit gebeuren? Ik geloof best dat de gedeputeerden er veel aan hebben gedaan om dit te voorkomen, maar dit is te zot. Waarom gaan we niet met alle statenleden in bussen naar Den Haag om te protesteren? Laat ook Brabantse gemeenteraadsleden meegaan, zoveel mogelijk burgers en wat mij betreft een hele stoet met vrachtwagens van Brabantse bedrijven, zodat ze in Den Haag eens goed kunnen zien dat onze provincie een sterke motor is voor de hele nationale economie. En dus voor de schatkist. Dat moet je niet beknotten, dat moet je juist stimuleren.

Mijn collega-statenleden kijken me wat verdwaasd aan, maar ik krijg zowaar bijval.

Fotoqmusic Als de wiedeweerga daarna naar Tilburg voor het huwelijk van Giovanni en Jethro, dan samen met een verslaggeefster van BNN naar de opening van een fototentoonstelling, het huwelijk van onze fotograaf Jan van Breda, dat in de studio’s van Q-Music en daarna de rechtstreekse link met studio’s in Los Angeles voor een Amerikaanse tv-ontbijtshow. Na afloop hoor ik van de redactrice dat ze gemiddeld 13 miljoen kijkers hebben. Het is maar goed dat ze dat niet van te voren heeft gezegd. Daar word je toch bloednerveus van.

Op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam mag ik in de vooravond genodigden van de Gemeente Amsterdam toespreken, waaronder diverse ambassadeurs waar de discussie over de openstelling van het huwelijk in volle gang is.

Na afloop van mijn bijdrage gaat, voor mij volkomen onverwachts, de zaal staan en volgt een minutenlang applaus. Dat voelt toch wel heel vreemd. Ik mocht dan wel het uithangbord zijn en ik heb er belachelijk veel energie, geld en tijd ingestopt, maar bij die strijd heb ik ook erg veel hulp gehad van anderen.

Als ik tranen voel opwellen, gebaar ik de zaal stil te worden en zeg: “Ik hoop dat jullie het me niet kwalijk nemen dat ik de rest van deze avond niet bij jullie blijf. Ik wil graag ook nog even naar Best waar een muziekstuk wordt uitgevoerd ter ere van het 10-jarig jubileum. Twee steden knokken om de eer, Amsterdam, de plaats waar de eerste vier huwelijken werden gesloten en Best, waar Jan-Wolter Wabeke en ik de strijd ooit begonnen. Tien jaar is een mooi getal, maar bij een huwelijk past eigenlijk 12½ veel beter. Kunnen we dan niet iets bedenken waarbij Amsterdam en Best onderling de handen ineen slaan?”

De Amsterdamse wethouder Andrée van Es veert als eerste weer overeind en zet een nieuw applaus in dat ik dankbaar gebruik om zo stijlvol mogelijk de zaal te verlaten.

In Best aangekomen zijn veel van de hooggeplaatste genodigden nog aanwezig in het gemeentehuis. Ze hebben kort daarvoor de wereldpremière van een compositie van Willem Jeths mogen beleven. Buiten wordt ik al toegeroepen door Clairy Polak, binnen staat burgemeester Kortmann klaar om me welkom te heten. Alle hoofdrolspelers zijn er, Job Cohen, Ernst Hirsch Ballin, Cees Waaldijk, Frans Stello en Gerard  Kuipers, Albert Verlinde, Onno Hoes en Jan Wolter.

De genodigden uit de kunstwereld zijn unaniem enthousiast over wat ze hebben gehoord. Van de ‘gewone’ bezoekers hoor ik wisselende commentaren. “Het is precies wat een huwelijk meestal is, een drama dat veel te lang duurt”, grapt een van hen.

Een landelijk bekende ondernemer is vooral teleurgesteld dat het beeld ontworpen door de Oischotse kunstenaar Hans van Eerd niet welkom was in Best. “Als ik nu een duit in het zakje doe en ik bel wat vriendjes om mee te doen, kunnen we dat beeld dan niet met een verwijzing naar Best geplaatst krijgen bij het stadhuis van Amsterdam? Liefst dit jaar nog?”

De week zit erop. Vanavond even helemaal ontspannen bij de première van een theatrale uitvoering van Bach’s Johannes Passie. Hoe zou de regisseur die slotscène in beeld brengen. Jezus hangt dan aan het kruis en ziet zijn moeder en zijn geliefde leerling. Letterlijk schrijft Johannes:  “Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.”

Het zal wel een vorm van deformatie zijn, maar dat lijkt toch verdacht veel op een huwelijksvoltrekking. Ik moet even alles loslaten...

Vrijdag 1 april 2011

1 april is nu een echt feestje

Nos Vanmorgen begon met een uplink voor de deur voor het Radio 1 Journaal, Giel Beelen hing aan de lijn, Edwin Evers en nu ga ik haasten voor de bijeenkomst in het Provinciehuis, het huwelijk om 12 uur in Tilburg, de fototentoonstelling  in Amsterdam, de huwelijken daar onder meer bij Q Music en tenslotte het symposium met ambassadeurs. 

Morgen nog een terugblik en dan stop ik weer even met het dagelijk bijhouden van dit blog.

Dank ook aan de website van het Eindhovens Dagblad die me deze week volgde.

Wie op de hoogte wil blijven kan me aanvinken op Twitter #henkkrol. 

 Donderdag 31 maart 2011

Veel media-aandacht voor het opengesteld huwelijk

Als ik het maar tot en met morgen red. Gisteren (woensdag) moest ik op het laatste moment mijn agenda omgooien. Het middagprogramma Tijd Voor Max wilde aandacht voor 1 april, het opengestelde huwelijk. Prima. Als ik meteen na de opname voor Omroep Brabant tv zou vertrekken, kon ik het allemaal halen.

Pimfortuyn Aangekomen bij het café zie ik datzelfde net gaan sluiten. De blonde dame die net komt aanwandelen blijkt Tove Leffner te zijn. Noodgedwongen wijken we uit naar het gebouw van Beeld en Geluid. Ze pakt haar opnameapparatuur uit. Ik kijk naar buiten en zie de plek waar Pim nu bijna 9 jaar geleden zo droevig aan zijn einde kwam. Is dit toeval, of zit hij van boven te sturen?

Na de uitzending van Max snel ik weer naar Eindhoven. Daar wacht nog een hele stapel leeswerk.

Vanmorgen was er eerst een interview met de jongerenzender Funx, daarna BNR, NOVUM, nu BNR en straks NBC en BBC.

In het Nederlands Dagblad kom ik een hele pagina tegen over het 'homohuwelijk' het blijkt de vierde pagina deze week in die krant te zijn. De eerdere nummers heb ik gemist.  Op de leestafel van van Dauphine, het grand cafe naast BNR ligt HP/DeTijd, daarin zelfs een special met het oog op 1 april.

Met Peter Rehwinkel, in 2001 kamerlid voor de PvdA, nu burgemeester van Groningen en medegast bij de uitzending van zojuist maak ik een belangrijke afspraak: we gaan alle huidige woordvoerders emancipatiezaken van de politieke partijen bellen en ze overtuigen dat het tijd wordt de motie tegen de weigerambtenaren eindelijk in stemming te brengen en de obstakels bij adoptie nu voor eens en altijd weg te halen.

Woensdag 30 maart 2011

Niet meer zeuren over geld

In de trein van Eindhoven naar Best stapt er een mij wildvreemde heer op me af: “Alstublieft, hier heeft u mijn tientje”.
Ik kijk hem verbaasd aan. “Waar heb ik dat aan te danken?”
“Ik lees net op de voorpagina van Sp!ts dat u nog met een enorme schuld zit na 16 jaar strijd voor de openstelling van het huwelijk. Ik ben dan wel geen homo, ben getrouwd met een vrouw en heb drie kinderen, maar ik vind dat uw stichting goed werk heeft verricht. Daarmee is ook Brabant mooi op de kaart gezet. Fijne dag vrijdag.”

Nog voor ik hem kan bedanken, loopt hij door. De trein remt. We rijden de tunnelbak bij Best in en ik moet uitstappen.  Op een bankje verderop in de coupé ligt de Sp!ts van vandaag. Op de voorpagina lees ik: “Henk Krol wil tientje van homostellen”.

Ik herinner me het telefoongesprek met de journalist van dit gratis dagblad. Hij wilde weten hoeveel subsidie er nodig was voor de 16-jarige strijd van de Stichting Vrienden van de Gay Krant. Hij was verbaasd toen ik hem vertelde dat we daar nooit een cent subsidie voor hadden aangevraagd. In mijn naïviteit  dacht ik destijds dat de mensen – als ze eenmaal het recht zouden krijgen om te trouwen – wel een steentje zouden willen bijdragen. Met de kennis van nu was dat toen kennelijk een domme gedachte.

Per jaar slurpte die strijd al snel 30 tot 50.000 euro aan juridische adviezen op. Tel daarbij de vele  brieven aan alle gemeentes, het lobbywerk in de richting van Kamerleden en andere politici, de enquêtes en wetenschappelijk studies, het voorlichtingsmateriaal en oneindig veel reiskosten. De vele uren niet eens meegerekend.

Ruim de helft van al die kosten is opgehoest door de Gay Krant of werd betaald door de adviseurs van de stichting. Toch is er altijd nog een restschuld van bijna drie ton. Als je dan weet dat er inmiddels 30.000 mensen gebruik hebben gemaakt van het opengestelde huwelijk dan is dat dus een tientje per persoon. 

“Stel nu eens dat elk huwelijkspaar dat nu wél kan trouwen en vroeger niet een collectebusje zou neerzetten tijdens de receptie en alle gasten zouden 50 cent doneren, dan waren we uit die problemen”, zo filosofeerde ik tegen de Sp!ts-journalist. En hij maakte er vervolgens een coververhaal van.

Henk_Spits3

Aangekomen op kantoor hoorde ik dat nog 12 journalisten teruggebeld wilden worden. Een van hen, een medewerker van GeenStijl nam die moeite niet. Die schrijft dat ‘Henkie Penkie Spermatankie en porno-ondernemer Henk Krol zou hebben geroepen: “Lalala GELD!”

Blijven lachen, over twee dagen is het feest. We vieren dan dat lesbo- en homoparen desgewenst kunnen trouwen en dat dit Brabantse idee inmiddels uitwaaiert over heel de beschaafde wereld. Dat is zo leuk dan je niet moet zeuren over geld.

 

Dinsdag 29 maart 2011

Homohuwelijk en Wabbukke

Met de lente in mijn bol wandelde ik vanmorgen met Queeny naar het Insulindeplein, in Eindhoven beter bekend als de Berenkuil. Boven op het dak van de Hermes-busremise staat een GSM-mast. Enkele weken geleden zag ik hoe vogels daar een enorm nest hadden gebouwd, precies tussen de drie antennes. Zouden ze er nu volop bezig zijn om alles gereed te maken voor de over enkele weken te verwachten gezinsuitbreiding?
Mijn teleurstelling was groot. Het nest is weggehaald. De antennes blonken glimmend in de ochtendzon. Kennelijk hadden de nestontruimers meteen een sopje gehaald over de stalen masten.

Even later, onderweg naar de redactie om de nieuwe Gay Krant te bekijken die vandaag van de persen rolt, hoorde ik op Radio 1 bij Sven Kockelmann de rubriek Het Goede Nieuws. Daarin is de woordvoerster van de gemeente Best aan de lijn. “Hoe zit het met die ode aan het ‘homohuwelijk’ in Best?”, vraagt een verslaggever. Ik spits meteen mijn oren. Ik haat het woord ‘homohuwelijk’. We spreken toch ook niet over een ‘jodenhuwelijk’of een ‘turkenhuwelijk’? We hebben meer dan 16 jaar gestreden om het bestaande huwelijk open te stellen voor iedereen. Dat is gelukt. We noemen het gewoon ‘huwelijk’ of ‘opengesteld huwelijk’. Het is exact hetzelfde huwelijk als dat van onze ouders, die hadden toch ook geen ‘homohuwelijk’?

Ik hoor hoe de Bestse voorlichtster niet weet wat ze zeggen moet. “U kunt het allemaal nalezen in een folder van het comité van aanbeveling. Ik ga die er even bijhalen.” Ze leest voor: “Het is begonnen met inwoners van de gemeente Best, met name Jan Wolter Wabbukke…” Wat zegt ze? Wabbukke? Ze bedoelt mr. Jan Wolter Wabeke, met een trots accent op zowel de á als de eerste é. Mijn naam spreekt ze wel correct uit.
De verslaggever van Sven Kockelmann vraagt: “Wabbuke is dat de ex van Henk Krol?”. Het wordt niet door haar weersproken. Arme Jan-Wolter, nu is hij ineens mijn ex. Daar zal zijn man Jan Swinkels, als die het ook heeft gehoord, hartelijk om moeten lachen.

Gk1